Praat mee met Vind magazine en gebruik #vindmagazine
Welke onderwerpen zou u graag meer belicht willen zien in Vind magazine, geef hieronder uw voorkeur.

Fieldschool graaft 16de eeuws scheepswrak op.


Elke zomer organiseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, samen met Flevoland, Lelystad, de Rijksuniversiteit Groningen en museum Nieuw Land de International Fieldschool for Maritime Archaeology Flevoland (IFMAF), waarbij studenten de kans krijgen ervaring op te doen met het opgraven, inmeten en onderzoeken van een scheepswrak. Dit jaar viel de keus op een scheepswrak in Luttelgeest. In 2004 stuitte een boer daar bij het diepploegen op houtfragmenten en een kanon. Het kanon was vermoedelijk zestiende eeuws. Twee houtmonsters leverden een datering op van rond 1573 en 1593. Hierdoor ontstond het vermoeden dat het hier wel eens zou kunnen gaan om één van de oudste bewapende schepen die ooit in Nederland zijn teruggevonden. Acht studenten uit Groningen en Leiden gingen vier weken lang onder begeleiding aan de slag.

 

Zij kwamen er al snel achter dat er slechts over een lengte van 11 meter hout in de bodem zat. Het ging dus om een klein, waarschijnlijk onbewapend schip. Ook werd vastgesteld dat het wrak door het diepploegen zwaar was verstoord. Het schip werd handmatig vrijgelegd, losliggende delen werden ingetekend, genummerd en in folie gewikkeld. Er werden niet alleen tekeningen op papier gemaakt, maar ook 3D afbeeldingen met behulp van een digitale tekenarm.

 

Vondsten
Naast los hout kwamen al snel vondsten aan het licht: plavuizen en metaalvondsten zoals een ijzeren luikoverslag en een breeuwijzer. Een breeuwijzer werd gebruikt om mos tussen de houten planken te stoppen, wat het schip waterdicht maakte. Dit breeuwsel werd in positie gehouden door houten latjes die op de naden lagen en op hun beurt met ijzeren klemmetjes (sintels) in het hout werden bevestigd. De plavuizen (van een stookplaats) en de overslag wijzen er op dat de vondstplek het achterschip moet zijn geweest. Tijdens de derde week bleek er een volledig intacte baardmankruik in het schip te liggen. Deze vondst gaf een indicatie dat het hier om een laat 16e eeuws schip ging.

 

Ook over de constructie van het schip werden interessante bevindingen gedaan. De maximale lengte van het schip was ongeveer 14 meter met een breedte van ca. 4 meter. Het is niet onwaarschijnlijk dat het schip diende om vracht te vervoeren. Het is uit deze regio bekend dat afval uit de dorpen en steden vaak met schepen weg werd gevoerd en gedumpt in de Zuiderzee.

 

Verder onderzoek
Omdat het wrak in slechte staat verkeerde en op een diepte lag waar het verdere verstoring zou ondergaan, werd besloten het gehele wrak te lichten. De planken en inhouten werden één voor één gelicht en ingesealed en vervolgens, samen met de overige vondsten, naar de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst in Lelystad gebracht. Daar worden ze nu bewaard. Eén van de studenten zal schip en inventaris in het kader van zijn opleiding verder onderzoeken. Hij gaat een volledige analyse maken van de constructie en de inventaris van het schip en zal eventueel een aanzet geven voor het maken van een scheepsmodel.

 

Zaterdag 27 juni werd bij de opgraving een succesvolle open dag gehouden, waarbij de bezoekers niet alleen het wrak en de gevonden voorwerpen konden zien, maar ook de archeologen aan het werk. De studenten hielden gedurende het veldwerk een weblog bij. Het verslag van de opgraving kunt u nog nalezen op http://ifmaffieldschool.blogspot.com.