‘Uit de boven- en onderwereld - mythologische verbeelding op tegels’

‘Uit de boven- en onderwereld - mythologische verbeelding op tegels’

De tentoonstelling is te zien t/m 27 februari 2011 in het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo

 

Een stoet wonderlijke dieren en zeewezens, goden, mollige putti en basilisks, mythologische helden en zelfs een keur aan herders en herderinnen bezetten het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo, van 3 oktober 2010 t/m 27 februari 2011. ‘Uit de boven- en onderwereld’ is een tegeltentoonstelling rondom vijf intrigerende thema’s met zeldzame tegels uit de periode 1610 - 1750.

 

Het is eind zestiende eeuw dat de beschilderde wandtegel geïntroduceerd wordt in Nederland. Het is een product van de landen rond de Middellandse zee. We vinden in het glanzende, kleurrijke aardewerk Spaans-Moorse motieven terug. Maar ook de invloed van de Italiaanse renaissance is duidelijk herkenbaar. Het is daarom niet verrassend dat we deze behalve in prenten, literatuur en architectuur ook terugvinden in een nieuw product dat toen modieus en luxueus was, de tegel.

 

Niet-christelijke, bovennatuurlijke wereld en de boekdrukkunst

Wonderlijke dieren en zeewezens spelen weliswaar in middeleeuwse decoraties ook al een rol. Maar het is te danken aan de boekdrukkunst dat vanaf de zestiende eeuw een complete niet-christelijke, bovennatuurlijke wereld nieuw leven ingeblazen wordt. En dat allemaal doordat de klassieke literatuur op veel grotere schaal verspreid kon worden. Prachtige verhalen die aan de basis van deze tentoonstelling liggen. Want juist die verhalen bracht kunstenaars ertoe om prenten en schilderijen te vervaardigen. Ambachtslieden schilderden naar deze vaak beroemde originelen hun tegels en tableaus.

 

Zeegoden

We vinden in de tentoonstelling een reeks tegels. Een stoet van zeegoden: Neptunus in een wagen, tritons, nereïden, dolfijnen en ‘zeekoeien’, maar ook een karper of een kreeft, allen naast elkaar in een zo genoemd ‘zeejacht’. Achter deze wezens zie je een doorlopende, groene zee. Een bekende figuur uit deze serie betreft de Griekse dichter Arion, die op zijn reis door zeelui wordt beroofd. Hij mag nog een laatste lied zingen, voor ze hem op volle zee overboord zullen zetten. Hij zingt een lied ter ere van Apollo, de zonnegod, die hem prompt te hulp schiet, door Arion met zijn dolfijn aan land te laten brengen.

 

Romeinse helden

Romeinse helden werden op grote tegeltableaus in de achterwand van een rijke haardplaats gezet. De verhalen zijn bekend door de geschiedschrijver Titus Livius, waarvan in deze tijd ook de eerste Nederlandse vertalingen verschenen. De schilder en graveur Goltzius maakte een reeks prenten die al in zijn eigen tijd, maar ook nog tot ver in de achttiende eeuw als voorbeeld voor tegelschilders dienen, zoals van Marcus Curtius. Deze held offert zichzelf op door met zijn paard en wapenrusting in een plotseling ontstane, onmetelijk diepe scheur in het Forum Romanum te springen. Volgens een orakel kon dit gat alleen worden gedicht, en de stad Rome gered, door offering van het kostbaarste bezit van de stad, namelijk de moed van haar burgers. Dergelijke verhalen spraken ongetwijfeld tot de verbeelding van de Hollandse burgers die in opstand gekomen waren tegen de Spaanse koning. Op één tegeltableau springt Curtius overigens met zijn paard in een brandstapel… een wonderlijke variant op het verhaal.

 

Cupido of Amor, haat en liefde twee pijlen op een boog

De mollige putti, barokke engeltjes, musicerend, bellen blazend, ontbreken niet in de bovenwereld van de tentoonstelling. Cupido of Amor blijft een goede bekende. Ook in onze wereld leeft het hulpje van de godin van de liefde voort. Gelukkig zou je kunnen zeggen. Al zijn er niet veel mensen die weten dat hij twee soorten pijlen bezit, die van de liefde en die van de haat. In het tegelmuseum houden we het dit keer op de liefde.

 

 

Arcadië een idyllische wereld

In een meer speelse traditie zien we een Arcadische wereld bevolkt door eenvoudige herders en herderinnen, maar ook door goden, koningszonen, nimfen en putti of minnegodjes. In de zeventiende eeuw worden ook in Nederland voor het theater tal van ‘herdersspelen’ geschreven. De liedbundels die verschijnen, staan vol verliefde samenzangen: Amintas en Lerinde, Amarillis en Tirsis, Clorus en Phylis.

 

Metamorphosen van Ovidius

De belangstelling voor de Metamorphosen van Ovidius loopt tenslotte uit op pogingen om deze klassieke verhalen volledig op tegels af te beelden. De Metamorphosen, vijftien boeken vol ‘gedaanteverwisselingen’ vormen een hoogtepunt in de literaire mythologie. Eind zeventiende eeuw is er al een tegelbakker in Harlingen, Sijbrand Feijtema, die een reeks tegels op groot formaat laat schilderen met mythologische voorstellingen. Als voorbeeld maakt hij gebruik van de houtsneden van Bernard Salomon, uit 1557. Enkele generaties later, rond 1720, zijn er zelfs twee Rotterdamse tegelbakkers, Hendrik Schut en Jan Aalmis, die vrijwel gelijktijdig, maar onafhankelijk van elkaar elk een volledige reeks tegels samenstellen. Beide tegelbakkers leveren regelmatig tegels voor export naar buitenlandse paleizen. Tegelbakker Hendrik Schut heeft als meesterschilder Cornelis Boumeester, die zeer zelfbewust vele tegeltableaus zelfs volledig signeert. Het zijn ambitieuze projecten, waarvoor honderden ontwerpen tot het formaat van een tegel moeten worden teruggebracht. Van de hierboven genoemde series is er helaas niet één volledig bewaard gebleven en van veel tegels is maar een enkel exemplaar bekend. Het waren dure tegels, verfijnd van kwaliteit, voor een kleine en welgestelde kring van afnemers. De bewaarde tegels zijn dus vrij zeldzaam geworden.

 

De Bijbeltegels die we kennen werden op precies dezelfde manier gemaakt. Ook hier wordt een verhaal met verschillende personages in een landschap afgebeeld en terug gebracht tot een klein formaat. Het ‘Bijbelse genre’ slaat echter wel aan bij een breed publiek waardoor alle tegelbakkerijen tot ver in de negentiende eeuw verschillende series Bijbeltegels blijven leveren. De belangstelling voor de mythologie blijft toch tot een veel kleinere kring beperkt.

 

Citaat uit de Metamorphosen van Ovidius

 “Of hij monster of God is,

Weet zij niet; echter verbaasd zij staat van zijn prachtige kleuren

En van zijn lokken, die schouders en rug hem volkomen bedekken;

Doch dat zijn uiteinde slechts de kronk'lende staart van een visch is.”

Hij zegt hierop: "Noch een verschijning ben ik, o maagd, noch een vreeselijk monster,

Niets dan een Zeegod!" zegt hij.

 

Nederlands Tegelmuseum

Eikenzoom 12, 6731 BH Otterlo

0318-591519

info@nederlandstegelmuseum.nl

www.nederlandstegelmuseum.nl

 

Openingstijden:

dinsdag t/m vrijdag 10.00 - 17.00

zaterdag, zon- en feestdagen 13.00 – 17.00

gesloten op maandagen

Postbus 360
1620 AJ Hoorn
+31 (0)229 82 02 14
info@vindmagazine.nl

Administratie: te bereiken
op maandag, woensdag
en donderdag.

Bezoekadres:
Grote Oost 43
1621 BR Hoorn